Het Weens Koopverdrag en de verschillen met het Burgerlijk Wetboek

Het Weens Koopverdrag en de verschillen met het Burgerlijk Wetboek

Het Weens Koopverdrag is een internationaal verdrag dat regels bevat voor internationale koopovereenkomsten tussen ondernemingen. Het is in 1980 opgesteld in Wenen en geldt in meer dan 90 bij het verdrag aangesloten landen, waaronder Nederland.

Het doel van het verdrag is om handel tussen landen gemakkelijker en voorspelbaarder te maken. In plaats van dat elk land zijn eigen nationale regels hanteert, zorgt het verdrag voor een eenduidig juridisch kader en een uniforme regeling voor internationale koopovereenkomsten.

Het verdrag is van toepassing indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • Het moet gaan om een koopovereenkomst van roerende zaken
  • De koper en verkoper moeten gevestigd zijn in verschillende landen die partij zijn bij het verdrag
  • Het verdrag geldt van rechtswege, tenzij partijen uitdrukkelijk zijn overeengekomen dat het niet van toepassing is. Uitsluiting van toepasselijkheid van het verdrag moet expliciet gebeuren, bijvoorbeeld door schriftelijk overeen te komen dat: “Nederlands recht van toepassing is op de koopovereenkomst met uitsluiting van toepasselijkheid van het Weens Koopverdrag.”

Het verdrag regelt onderwerpen die bij de meeste koopovereenkomsten aan de orde zijn, of kunnen zijn, zoals:

  • Totstandkoming geldige koopovereenkomst
  • Verplichtingen van koper en verkoper
  • Gebreken (non-conformiteit)
  • Levering, betaling en risico-overgang
  • Remedies bij wanprestatie, schadevergoeding, ontbinding.

 

Verschillen met het BW

Het verdrag wijkt op een aantal onderwerpen af van het Nederlandse Burgerlijk Wetboek (“BW”) . De belangrijkste verschillen zijn:

1. Totstandkoming van de overeenkomst

  • Op grond van het verdrag komt een overeenkomst tot stand zodra er overeenstemming is tussen partijen. Aanbiedingen zijn herroepelijk tot het moment van aanvaarding, tenzij anders vermeld.
  • Op grond van het BW kunnen aanbiedingen niet zomaar worden herroepen, bijvoorbeeld indien een aanbieding een termijn bevat.

2. Onderzoeksplicht van de koper

  • Op grond van het verdrag moet de koper de geleverde zaken binnen een redelijke termijn onderzoeken en eventuele gebreken aan de verkoper melden. 
  • Het BW kent ook een onderzoeksplicht, maar de regels over klachttermijnen zijn strenger.

3. Gevolgen van gebrekkige levering

  • Op grond van het verdrag kan de koper prijsvermindering of schadevergoeding vorderen, of de overeenkomst ontbinden indien de tekortkoming een “wezenlijke tekortkoming” is.
  • Op grond van het BW kan eveneens prijsvermindering of schadevergoeding worden gevorderd, maar pas indien er sprake is van verzuim zijdens de verkoper en zijn er meer formaliteiten (zoals een ingebrekestelling) nodig voordat de koper mag ontbinden.

4. Risico-overgang

  • Op grond van het verdrag gaat het risico over op het moment dat de verkoper de goederen overdraagt aan de vervoerder van de gekochte zaken.
  • Op grond van het BW hangt het moment van risico-overgang sterk af van de gekozen leveringscondities (zoals bijvoorbeeld de Incoterms), maar de regeling is minder eenduidig.

5. Schadevergoeding zonder ingebrekestelling

  • Op grond van het verdrag kan de koper in sommige gevallen direct schadevergoeding vorderen zonder dat een ingebrekestelling is vereist.
  • Op grond van het BW is bijna altijd een ingebrekestelling (en verzuim) vereist om schadevergoeding te kunnen vorderen.
 

Voor ondernemers die internationaal zaken doen, kunnen de verschillen tussen het verdrag en het BW dus grote praktische en financiële gevolgen hebben. Denk hierbij aan wie het risico draagt bij transportschade, wanneer men kan of moet klagen over een gebrek, wanneer kan de koopovereenkomst worden ontbonden bij te late levering en wanneer kan er schadevergoeding worden gevorderd.

Conclusie

Het Weens Koopverdrag biedt bij internationale handel een gemeenschappelijk juridisch kader dat voor handelspartners uit verschillende landen gelijk is zodat die handelspartners niet met onbekende nationale regels worden geconfronteerd. Het verdrag verschilt op belangrijke onderwerpen van het BW. Voor ondernemers is het van belang om bewust om te gaan met de vraag of men het verdrag van toepassing wil laten zijn, of juist wil uitsluiten en wat de gevolgen daarvan zijn.

Wibe Reddingius is advocaat en partner bij Langelaar Klinkhamer Advocaten. Hij specialiseert zich op het gebied van het ondernemingsrecht, contractenrecht en (internationaal) handelsrecht. Daarnaast is Wibe specialist op het gebied van het hippisch recht en is hij als zodanig advocaat van bekende ruiters en amazones, fokkers, handelaren en hippische brancheorganisaties. Vragen naar aanleiding van deze blog post? Neem contact op met Wibe door te mailen naar reddingius@langelaarklinkhamer.com.

Bekijk alle posts over:

Ga naar de inhoud