Heeft uw rechtszaak kans van slagen?

De kans van slagen van een rechtszaak hangt vanzelfsprekend van juridische aspecten af, maar minstens evenzeer van belang zijn de feitelijke aspecten die aan iedere zaak kleven. Bewijs is hierbij het sleutelwoord.

Het adagium: wie stelt moet bewijzen klopt eigenlijk niet. Het gaat formeel om bewijs van de stellingen van de partij die zich op de rechtsgevolgen van die stellingen beroept. Het winnen van een zaak staat of valt met bewijslevering van dergelijke stellingen die doorgaans feiten en omstandigheden betreffen die ten grondslag liggen aan een conflict.

 

Het voorlopig getuigenverhoor en het voorlopig deskundigenbericht

Om een goede inschatting van de feitelijke bewijspositie te kunnen maken kennen we in Nederland een procedure die steeds vaker lijkt te worden gevolgd: het voorlopig getuigenverhoor of het voorlopig deskundigenbericht. Een voorlopig getuigenverhoor en een voorlopig deskundigenbericht kunnen plaatsvinden voordat de werkelijke hoofdzaak aanhangig is. Maar ook gedurende een aanhangige hoofdzaak kan een voorlopig getuigenverhoor of een voorlopig deskundigenbericht worden bevolen.

Het doel van een voorlopig getuigenverhoor en van een voorlopig deskundigenbericht is meestal om op voorhand opheldering te verkrijgen over de relevante feiten. Dit verschaft de verzoeker van een voorlopig getuigenverhoor of van een voorlopig deskundigenbericht op voorhand een betere inschatting van zijn rechtspositie, waardoor een betere inschatting kan worden gemaakt van het verloop en vooral ook van de afloop van een eventueel aanhangig te maken hoofdzaak. Als getuigen kunnen worden opgeroepen personen die met de feiten en omstandigheden van de zaak te maken hebben. Maar er kan bijvoorbeeld ook een deskundige worden benoemd die een voorlopig deskundigenbericht uitbrengt, bijvoorbeeld over ontstaan/oorzaak van schade of over de omvang/hoogte van de schade. Een bijkomend voordeel van een voorlopig getuigenverhoor is dat, alhoewel de hoofdzaak nog niet aanhangig is, partijen elkaar toch alvast in een procedurele setting treffen en elk een eigen inschatting kunnen maken van het te leveren bewijs. Mocht dat bewijs niet voldoende lijken om een hoofdzaak succesvol af te ronden, dan is het tegelijkertijd niet uitgesloten dat de wederpartij zich toch zorgen maakt als gevolg van de afgelegde getuigenverklaringen. Een eventuele minnelijke regeling is dan dichterbij.

 

Wanneer tot een voorlopig getuigenverhoor/deskundigenbericht verzoeken?

Een voorlopig getuigenverhoor kan aanhangig worden gemaakt door het indienen van een verzoekschrift door een advocaat bij de rechter die bevoegd is om van de eventuele hoofdzaak kennis te nemen. Uitgangspunt bij de beoordeling van een verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor is dat het moet gaan om te bewijzen feiten die zijn betwist, dat het bewijs daarvan door getuigen is toegelaten en dat de te bewijzen feiten tot een beslissing in de hoofdzaak kunnen leiden. De wet stelt een aantal beperkingen aan de mogelijkheid van een voorlopig getuigenverhoor. Zo kan een voorlopig getuigenverhoor alleen worden bevolen in het kader van civiele dagvaardings – of verzoekschriftprocedures. Iedere belanghebbende kan een voorlopig getuigenverhoor verzoeken. Een belanghebbende is dit geval de vermoedelijke procespartij, maar bijvoorbeeld ook een partij, die indirect betrokken is bij het geschil en in een zodanige rechtsverhouding tot een van de partijen van het geschil staat dat hij/zij vrijwel in gelijke mate bij die procedure als belanghebbende moet worden aangemerkt. Denk hierbij aan een verzekeraar, een aandeelhouder, een werknemer of een financier, of aan degene wiens goederen beslagen zijn door een van de procespartijen. Als de hoofdzaak al aanhangig is dan kunnen alleen de procespartijen zelf om een voorlopig getuigenverhoor of deskundigenbericht verzoeken.

 

Afwijzing

Tegen een besluit waarbij het verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor wordt afgewezen kan hoger beroep worden ingesteld. Dat is niet het geval indien het verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor wordt toegewezen. Een verzoek tot het gelasten van een voorlopig getuigenverhoor kan, als het verder aan de formele eisen voldoet, worden afgewezen als de rechter van oordeel is dat sprake is van onvoldoende belang. Hierbij kan gedacht worden aan door getuigen af te leggen verklaringen die uiteindelijk niet kunnen worden gebruikt ten behoeve van de hoofdzaak, of als de vordering in de hoofdzaak bestaat niet (meer) of bij voorbaat volstrekt kansloos is. De tweede afwijzingsgrond is misbruik. Van een wettelijke bevoegdheid wordt misbruik gemaakt als vaststaat dat de enige bedoeling is schade te berokkenen aan degene tegen wie de bevoegdheid wordt gebruikt. Een andere vorm van misbruik van bevoegdheid is het uitoefenen van die bevoegdheid met een ander doel dan waarvoor de bevoegdheid is verleend. Een bekend voorbeeld hiervan is de zogenaamde ‘fishing expedition’. Zo’n ‘fishing expedition’ heeft twee kenmerken, namelijk het ontbreken van een directe connectie tussen de gevraagde informatie en de vordering en ten tweede het vergaren van informatie die nog volledig onbekend is bij degenen die die informatie zoekt.

Daarnaast is strijd met de goede procesorde een afwijzingsgrond. Tegenwoordig wordt meer en meer belang gehecht aan een efficiënte procesvoering. Er moet een bijzondere belangenafweging bij deze afwijzingsgrond worden gemaakt. Het moet duidelijk zijn dat sprake is van disproportionaliteit tussen het belang van de verzoeker bij een voorlopig getuigenverhoor en aan de andere kant het belang van een efficiënte voortvarende procesvoering. Wanneer het voorlopig getuigenverhoor dus louter wordt gebruikt om de zaak te vertragen kan sprake zijn van strijd met een goede procesorde.

Tot slot kan een afwijzingsgrond voor een verzoek tot een voorlopig getuigenverhoor een ander zogenaamd zwaarwichtig bezwaar zijn. Daarvan is bijvoorbeeld sprake indien op voorhand duidelijk is dat de te horen getuige geen verklaring zal kunnen afleggen, bijvoorbeeld op grond van een verschoningsrecht, waarvan op voorhand al duidelijk is dat de getuige daarop een beroep zal doen. Denk hierbij aan een te horen advocaat of arts als getuige die tegen zijn cliënt of patiënt zal moeten gaan verklaren en heeft aangegeven dat niet te willen. Ook denkbaar is dat getuigen fysiek gevaar lopen of om medische gronden geen verklaring zullen kunnen afleggen.

 

Bewijs veilig stellen

Een voorlopig getuigenverhoor dient dus om bewijs te verzamelen, maar kan ook dienen om bewijs veilig te stellen als gevaar bestaat dat dat bewijs verloren gaat. Het meest voor de hand liggende voorbeeld is natuurlijk dat de getuige mogelijk op korte termijn dreigt te overlijden, of als de getuige lijdt aan een ziekte die het geheugen of de fysieke gesteldheid aantast waardoor het onzeker is of die getuige in de hoofdzaak een verklaring zal kunnen afleggen. De ervaring leert dat in de praktijk niet zo snel sprake zal zijn van afwijzingsgronden. Veruit de meeste verzoeken tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor, mits is voldaan en de formele eisen en het verzoek overigens goed is ingekleed, worden toegewezen.

 

Voor beide partijen duidelijkheid

Het is mijn ervaring dat het voorlopig getuigenverhoor en het voorlopig deskundigenbericht beide partijen, dus zowel de eisende als de verwerende partij, een dienst bewijzen. Voordat de hoofdzaak aanhangig is bestaat er veel meer duidelijkheid over de feiten en of die feiten uiteindelijk wel of niet bewezen kunnen worden door getuigenbewijs. Die duidelijkheid kan er toe leiden dat óf wordt besloten niet meer verder te procederen, óf wordt besloten juist wel verder te procederen, terwijl dat op voorhand mogelijk niet realistisch werd geacht.

Daarnaast is het mijn ervaring dat een voorlopig getuigenverhoor een minnelijke regeling na afloop daarvan dichterbij brengt. Helaas maken hippische ondernemers, althans hun advocaten, nog veel te weinig gebruik van dit praktische middel dat uiteindelijk veel tijd, kosten en ergernis bespaart. Natuurlijk zijn niet alle geschillen op voorhand geschikt om een voorlopig getuigenverhoor te verzoeken. Uit strategische overwegingen is het soms zelfs verstandiger om eerst de hoofdzaak aanhangig te maken. Maar, zoals gezegd ook tijdens de hoofdzaak kan een verzoek worden gedaan tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor. Dat kan zelfs tijdens het hoger beroep van een uitspraak in eerste aanleg nog. Vaak zal een voorlopig getuigenverhoor dat tijdens een hoger beroep aanhangig is gemaakt er toe leiden dat het hoger beroep wordt ingetrokken of alsnog een minnelijke regeling wordt bereikt. Als advocaat maak in mijn hippische praktijk dan ook vaak van dit middel gebruik om een goede inschatting te kunnen maken van de kans van slagen van rechtszaken van mijn cliënten.

Heeft u vragen over het voorlopig getuigenverhoor en/of het voorlopig deskundigenbericht? Neem dan contact op met Wibe Reddingius door te bellen naar 010 – 411 41 46 of te mailen naar reddingius@langelaarklinkhamer.com.

Dit artikel verscheen eerder in het tijdschrift De Hippische Ondernemer

Gerelateerde blog posts

Comments
Wibe Reddingius
Wibe Reddingius

Wibe Reddingius is advocaat en partner bij Langelaar Klinkhamer Advocaten. Hij specialiseert zich op het gebied van het ondernemingsrecht, contractenrecht en (internationaal) handelsrecht. Daarnaast is Wibe specialist op het gebied van het hippisch recht en is hij als zodanig advocaat van bekende ruiters en amazones, fokkers, handelaren en hippische brancheorganisaties. Vragen naar aanleiding van deze blog post? Neem contact op met Wibe door te mailen naar reddingius@langelaarklinkhamer.com.

Nederlands