Het verzekeren van (sport)paarden

Het verzekeren van (sport)paarden

Een sportpaard verzekeren is in de praktijk vaak een vanzelfsprekendheid. De waarde van het paard speelt een grote rol bij de afweging het paard wel of niet te verzekeren tegen ongevallen en veterinaire complicaties. Een verzekering afsluiten ten behoeve van een paard betekent echter niet dat de eigenaar van het paard geen risico meer loopt en dat alle (veterinaire) kosten zonder meer gedekt zijn.

 

Blijvende ongeschiktheid
In een verzekeringsovereenkomst met betrekking tot sportpaarden is vaak een clausule opgenomen die bepaalt dat de verzekerde waarde van het paard wordt uitgekeerd indien het paard blijvend ongeschikt is voor gebruik overeenkomstig het gebruik genoemd op het polis blad. Dit kan bijvoorbeeld het gebruik als sportpaard of als fokpaard zijn. De ongeschiktheid van het paard voor het gebruik waarvoor het paard wordt gehouden, kan vaak worden aangetoond door een keuringsrapport van een dierenarts die het paard afkeurt. Toch is het aantonen van de blijvende ongeschiktheid van het paard voor het gebruiksdoel overeenkomstig de afgesloten verzekering niet altijd eenvoudig. De uitleg van een verzekeringsovereenkomst leidt meer dan eens tot een geschil tussen de verzekeraar en de verzekeringnemer, meestal de eigenaar van het paard. Een dergelijk polis dispuut speelde ook in de volgende zaak.

 

Casus
In 2018 deed het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch uitspraak in een geschil tussen een verzekeraar en de eigenaar van een verzekerd paard, de verzekeringnemer. In dit geschil weigerde de verzekeraar de schade te vergoeden bestaande uit kosten die verband hielden met veterinaire behandeling van een aandoening opgelopen door een verzekerd sportpaard. Het paard was volgens de verzekeringsnemer ten gevolge van (spinale) ataxie, een complex van symptomen waardoor het vermogen om gecoördineerde bewegingen uit te voeren ontbreekt, blijvend ongeschikt geworden als sportpaard. De verzekeraar voerde verschillende argumenten aan ter onderbouwing van de stelling dat de gemaakte veterinaire kosten niet onder de dekking van de verzekeringsovereenkomst vielen.

De verzekeringsnemer had op 5 februari 2013 bij de verzekeraar een aanvraag voorlopige dekking gedaan en aangegeven dat een verzekering met uitgebreide dekking gewenst was. De verzekeraar had diezelfde dag dekking verleend. Op 14 februari 2013 ontving de verzekeraar een aanvraag voor een paardenverzekering met daarbij een keuringsrapport van de dierenarts met daarin opgenomen het gebruiksdoel ‘sport’. Op 18 februari 2013 heeft een inspecteur van de verzekeraar het paard gekeurd en het paard is vervolgens op 19 februari 2013 opgenomen in de verzekering en daarmee was de verzekeringsovereenkomst definitief gesloten.

Op 21 februari 2013 ontving de verzekeraar een eerste claim van de verzekeringnemer met betrekking tot een flinke factuur van de dierenarts naar aanleiding van een op 11 februari 2013 uitgevoerd onderzoek van het paard vanwege pijn in de achterhand door overbelasting aan de gewrichten en rug. De verzekeraar wijst deze claim af nu zij volgens haar algemene voorwaarden pas 2 maanden na de ingangsdatum van de verzekering verplicht is tot vergoeding van kosten voor orthopedische problemen die niet zijn ontstaan door een ongeval.

Vervolgens ontvangt de verzekeraar op 1 augustus 2013 van de verzekeringnemer een behandelformulier met een factuur van een dierenarts naar aanleiding van een onderzoek dat op 17 juli 2013 is uitgevoerd vanwege slapte in de achterhand van het paard. De verzekeraar stemt in met het uitvoeren van het onderzoek. Uit het onderzoek blijkt dat het paard lijdt aan spinale ataxie en dat de prognose als sportpaard ongunstig is. Vervolgens geeft de verzekeraar op 22 augustus 2013 per brief aan dat zij geen dekking biedt nu de aandoening is ontstaan tijdens de voorlopige dekkingsperiode (dus voor 19 februari 2013) en dat de verzekeringnemer dit ten onrechte niet heeft gemeld aan de verzekeraar.
In de algemene voorwaarden bij de verzekering is de volgende clausule opgenomen: “Wij vergoeden schade aan het verzekerde paard door: blijvende ongeschiktheid overeenkomstig het op het polis blad omschreven gebruik, voor zover deze ongeschiktheid een gevolg is van ziekte, ongeval of kreupelheid.” De verzekeringnemer stapt naar de rechter en vordert 90% van de verzekerde waarde van het paard en alle overige gemaakte kosten omdat het paard door de spinale ataxie ongeschikt is geworden als sportpaard en omdat spinale ataxie valt onder de dekking van de verzekeringsovereenkomst. Voor de beoordeling van de zaak was benoeming van een veterinair deskundige noodzakelijk.

 

Gebruiksdoel niet vermeld
De verzekeraar voerde een aantal verweren. Ten eerste dat bij de aanvraag van de verzekering niet één van de daar genoemde gebruiksdoelen van het paard was ingevuld en dat dit op de polis ook niet stond aangegeven. Het paard zou volgens die redenering dus niet zijn verzekerd als sportpaard en ook niet blijvend ongeschikt zijn geworden overeenkomstig het gebruiksdoel.
Het Gerechtshof ging hier niet in mee omdat in het bij de aanvraag ingediende keuringsrapport het gebruiksdoel ‘sport’ vermeld stond. Ook was het paard na de indiening zonder verdere vragen van de verzekeraar opgenomen in de verzekering. De verzekeringnemer mocht er dus redelijkerwijs op vertrouwen dat als gebruiksdoel ‘sport’ werd gehanteerd. Daarnaast bleek tijdens de zitting dat de verzekeraar op de hoogte was van de bloedlijn van het paard, dat het paard gebruikt werd voor de dressuur en dat het een sportpaard in opleiding was. Dit verweer van de verzekeraar hield dus geen stand.

 

Meldingsplicht verzekeringsnemer
De verzekeraar voerde tevens aan dat de verzekeringnemer ten onrechte vóór de definitieve acceptatie van het paard in de verzekering (op 19 februari 2013) geen melding had gemaakt van de klachten van het paard, die al bestonden bij het op 11 februari 2013 uitgevoerde onderzoek. Ook stelde de verzekeraar dat zij bij een juiste voorstelling van zaken de verzekeringsovereenkomst niet zou hebben gesloten.
Het Gerechtshof stelt bij de beoordeling het volgende criterium voorop: “Een verzekeringnemer is verplicht vóór het sluiten van de verzekering aan de verzekeraar mee te delen alle feiten die hij kent of behoort te kennen en waarvan, naar hij weet of behoort te begrijpen, de beslissing van de verzekeraar of, en zo ja, onder welke voorwaarden hij de verzekering zal willen sluiten, afhangt of kan afhangen.”
De verzekeringnemer had aangevoerd dat het onderzoek op 11 februari 2013 slechts was uitgevoerd omdat het paard een beetje stijf was ten gevolge van overbelasting bij de training en de behandeling van die klachten valt onder het gebruikelijke sportmanagement. Volgens een deskundige was er waarschijnlijk meer aan de hand gezien de omvang van de factuur van de dierenarts en het feit dat de dierenarts de prognose ‘gereserveerd’ had gegeven. Het Gerechtshof oordeelde daarom dat de verzekeringnemer niet had voldaan aan zijn mededelingsplicht bij het aangaan van de verzekeringsovereenkomst. Uit de wet volgt dat de verzekeraar geen uitkering verschuldigd is als zij bij kennis van de ware stand van zaken geen verzekering zou hebben gesloten.

 

Aandoening valt niet onder de noemer ‘ziekte, ongeval en kreupelheid’
Daarnaast voerde de verzekeraar aan dat de aandoening spinale ataxie niet viel onder de noemer ‘ziekte, ongeval of kreupelheid’ ten gevolge waarvan de ongeschiktheid wordt vergoed onder de verzekeringsovereenkomst. De benoemde veterinair deskundige heeft aangegeven dat spinale ataxie een aandoening van het ruggenmerg is ter hoogte van de wervels en dat dit wel valt onder de noemer ‘ziekte, ongeval en kreupelheid’.

 

Geen volledige ongeschiktheid paard

Een ander verweer van de verzekeraar was dat het paard ten gevolge van de spinale ataxie niet blijvend ongeschikt was geworden. Op de vraag of dit standpunt correct was kon de deskundige geen eenduidig antwoord geven, maar het aanwezige bewijsmateriaal leek niet te wijzen op volledige ongeschiktheid. Dit was achteraf niet meer te onderzoeken omdat het paard inmiddels was geëuthanaseerd. Er was geen postmortaal onderzoeksrapport voorhanden.

 

Conclusie
Het Gerechtshof oordeelde naar aanleiding van de conclusies van de deskundige dat de spinale ataxie bij dit paard viel onder de begrippen ‘ziekte, ongeval of kreupelheid’ in de zin van de verzekeringsovereenkomst. De verzekeringnemer is er niet in geslaagd om aan te tonen dat de spinale ataxie tot blijvende ongeschiktheid van het paard als sportpaard heeft geleid. Daarom ging het Gerechtshof er van uit dat de spinale ataxie van het paard niet valt onder de dekking van de gesloten verzekeringsovereenkomst. Deze uitkomst kwam voor risico van de verzekeringnemer omdat door zijn toedoen het paard niet meer kon worden onderzocht en er ook geen rapport van een postmortaal onderzoek kon worden geraadpleegd. Daarnaast heeft de verzekeringnemer ook niet voldaan aan zijn mededelingsplicht bij het aangaan van de verzekeringsovereenkomst en is de verzekeraar op grond van de wet geen uitkering verschuldigd indien zij bij kennis van de ware stand van zaken geen verzekering zou hebben gesloten. De vorderingen van de verzekeringnemer zijn afgewezen en verzekeraar hoefde niets uit te keren.

Wibe Reddingius
Wibe Reddingius

Wibe Reddingius is advocaat en partner bij Langelaar Klinkhamer Advocaten. Hij specialiseert zich op het gebied van het ondernemingsrecht, contractenrecht en (internationaal) handelsrecht. Daarnaast is Wibe specialist op het gebied van het hippisch recht en is hij als zodanig advocaat van bekende ruiters en amazones, fokkers, handelaren en hippische brancheorganisaties. Vragen naar aanleiding van deze blog post? Neem contact op met Wibe door te mailen naar reddingius@langelaarklinkhamer.com.

Nederlands