Inleidend processtuk kan worden aangemerkt als ingebrekestelling

Om aanspraak te kunnen maken op wettelijke rente is het nodig dat de schuldenaar in verzuim verkeert. Voor verzuim is meestal een aanmaning, een ingebrekestelling, nodig. Indien een schuldenaar tijdelijk niet kan nakomen of uit zijn houding blijkt dat een aanmaning nutteloos zou zijn, kan een ingebrekestelling plaatsvinden door een schriftelijke mededeling aan de schuldenaar dat hij voor het uitblijven van de nakoming aansprakelijk wordt gesteld.

Een verzoekschrift kan als zo’n ingebrekestelling worden aangemerkt. Dat heeft de Hoge Raad bepaalt in een zaak die zich afspeelde op Sint Maarten. Het Burgerlijk Wetboek van Sint Maarten is voor wat betreft de hier toepasselijke wettelijke bepaling gelijk aan het Nederlandse. Het ging om een vordering tot terugbetaling van twee geldleningen vermeerderd met wettelijke rente. De vorderingen zijn door middel van een verzoekschrift ingesteld tegen zowel degene die het geld heeft geleend als tegen degene die zich borg had gesteld. Het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten en het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba heeft de vordering toegewezen.

De borg gaat in cassatie tegen de (hoofdelijke) veroordeling tot betaling van wettelijke rente. Volgens de borg is alleen wettelijke rente verschuldigd over het tijdvak waarin een schuldenaar in verzuim is. De borg is van mening nooit in verzuim te zijn geraakt, omdat hij nooit een aanmaning heeft ontvangen. De Hoge Raad verwerpt het cassatie beroep. Het Hof heeft terecht geoordeeld dat het verzoekschrift hier kan worden aangemerkt als ingebrekestelling in de zin van het Burgerlijk Wetboek (art. 6:82 lid 2). Vanaf die datum is het verzuim ingetreden en is de termijn voor wettelijke rente gaan lopen. Het Hof heeft kunnen oordelen dat de schuldeiser uit de houding van de borg kon afleiden dat een aanmaning nutteloos was en heeft op grond daarvan geoordeeld dat het verzoekschrift aan de eisen van een ingebrekestelling voldeed. Eerder al had de Hoge Raad geoordeeld dat hetzelfde kan gelden voor een dagvaarding

Wibe Reddingius
Wibe Reddingius

Wibe Reddingius is advocaat en partner bij Langelaar Klinkhamer Advocaten. Hij specialiseert zich op het gebied van het ondernemingsrecht, contractenrecht en (internationaal) handelsrecht. Daarnaast is Wibe specialist op het gebied van het hippisch recht en is hij als zodanig advocaat van bekende ruiters en amazones, fokkers, handelaren en hippische brancheorganisaties. Vragen naar aanleiding van deze blog post? Neem contact op met Wibe door te mailen naar reddingius@langelaarklinkhamer.com.

Nederlands