Vereniging en aansprakelijkheid

Aansprakelijkheid voor paarden, of beter gezegd aansprakelijkheid voor vergoeding van door een paard veroorzaakte schade, is een terugkerend juridisch thema in de hippische branche. Helaas veroorzaken paarden nog al eens schade, niet in de laatste plaats door hun vluchtgedrag. Ook zonder vluchtgedrag, denk aan een beet of een trap van een paard, kan aanzienlijk letsel en dus schade door paarden worden veroorzaakt. Iedereen die met paarden omgaat moet rekening houden met deze risico’s en dus ook met de juridische aspecten ervan.

EIGEN HANDELEN BEZITTER

De aansprakelijke voor schade veroorzaakt door een paard is niet altijd direct aan te wijzen. Wanneer het een eigen handelen betreft van de bezitter van het paard ligt de aansprakelijkheid doorgaans voor de hand. De daaraan verbonden risico’s zijn gemakkelijker in te schatten. Wanneer een ruiter zich te paard op de openbare weg begeeft en deelneemt aan het verkeer zonder zich aan de verkeersregels te houden en daaruit ontstaat vervolgens schade, dan is de ruiter in beginsel zelf voor die schade aansprakelijk. Dat zou ook zo zijn geweest als het paard een scooter was. Het is nu eenmaal met paarden zo dat het levende wezens zijn en dat zij soms zelf besluiten iets te doen zonder dat de ruiter daartoe een opdracht heeft gegeven of anderszins enige aanleiding daartoe heeft gegeven. Juridisch wordt dit aangeduid als eigen energie van het paard.

EIGEN ENERGIE PAARD

De eigen energie van het paard wordt volgens de Nederlandse wet aan de bezitter van een paard toegerekend. De bezitter van het paard draagt het risico op aansprakelijkheid voor schade als gevolg van de eigen energie van het paard. Dit noemt men risicoaansprakelijkheid en die risicoaansprakelijkheid is verstrekkend. Dit betekent dat de bezitter ook aansprakelijk is voor door het paard veroorzaakte schade terwijl de bezitter zelf geen enkel verwijt valt te maken. Denk aan situaties waarbij de bezitter niet in de buurt is van het paard, bijvoorbeeld als het paard in de wei staat en daar schade veroorzaakt aan een auto die te dicht bij de afrastering geparkeerd staat. Denk ook aan situaties waarin een paard buiten afwezigheid van de bezitter wordt behandeld door een dierenarts of door een hoefsmid, ergens van schrikt en dan schade veroorzaakt. Dan is de bezitter van het paard, aansprakelijk voor de door het paard veroorzaakte schade, zelfs als de bezitter op dat moment niet eens in de buurt was.

WIE IS BEZITTER?

De wet bepaalt dus dat de bezitter van het paard risicoaansprakelijkheid draagt. Maar wie is nu op welk moment bezitter van een paard? De bezitter is degene die het paard voor zichzelf houdt. Dit hoeft dus niet altijd de eigenaar te zijn, maar dat zal in het merendeel van de gevallen wel het geval zijn. Wanneer iemand een paard van een ander leent of van een manege huurt is hij/zij geen bezitter van het paard en dus ook niet risicoaansprakelijk voor door dat paard aangerichte schade. Dit betekent dat bijvoorbeeld manegehouders die paarden ter beschikking stellen van manegeklanten aansprakelijk zijn voor door die manegepaarden veroorzaakte schade terwijl het paard door een ander dan de manegehouder werd bereden.

BEDRIJFSMATIG GEBRUIK

Uitzonderingen op het bovenstaande vormt het bedrijfsmatige gebruik van paarden. Dan is doorgaans niet de bezitter, maar degene die het bedrijf uitoefent en bedrijfsmatig gebruik maakt van het paard aansprakelijk voor de schade. Het criterium is dan dat het risico van aansprakelijkheidsverzekering die zowel de risicoaansprakelijkheid van de bezitter van een paard alsook de bedrijfsmatige aansprakelijkheid dekt belangrijk. Daarnaast is het aan te raden dat bij bedrijfsmatig gebruik van paarden in toepasselijke algemene voorwaarden die ter hand zijn gesteld en het liefst ook nog een keer concreet in de les-, huur- of bruikleenovereenkomst, schriftelijk wordt vastgelegd dat de wederpartij (de ruiter) zich realiseert dat aan de omgang met paarden risico’s kleven en dat de aansprakelijkheid voor die risico’s contractueel is uitgesloten.
Dergelijke bepalingen kunnen afhankelijk van het geval door rechters terzijde worden geschoven. In sommige gevallen zijn dergelijke bepaling nietig of onredelijk bezwarend of is een beroep op dergelijke bepalingen gelet op de omstandigheden van het geval in strijd met de maatstaven van redelijkheid en billijkheid.

VERENIGINGSRECHTELIJKE UITSLUITING

Wanneer in verenigingsverband gebruik wordt gemaakt van paarden kan de aansprakelijkheid van de vereniging bovendien op grond van het verenigingsrecht worden uitgesloten. De statuten en reglementen van een vereniging (zonder winstoogmerk en met rechtspersoonlijkheid) gelden als objectief recht en bepalen voor een groot deel de rechtsbetrekkingen binnen een vereniging. De statuten en reglementen bepalen doorgaans de dwingende inhoud van de betrekkingen tussen een vereniging met een democratisch ingerichte ledenorganisatie en haar leden. De verhouding tussen een vereniging en haar leden wordt niet (uitsluitend) beheerst door hetgeen partijen overeenkomen, maar door dit objectieve verenigingsrecht.
Een lid is gebonden aan de statuten en aan de reglementen van een vereniging waarvan hij/zij lid is, ook als dat lid de inhoud ervan niet kende. Mocht een lid de inhoud van de statuten en reglementen niet gekend hebben, dan komt dat voor zijn/haar risico. Als lid had dat lid het immers in zijn/haar macht om wel kennis te nemen van de statuten en reglementen, terwijl van leden mag worden verwacht dat zij van de – ook op hen betrekking hebbende – statuten en reglementen kennis nemen.
Verenigingen kunnen in statuten en/of reglementen die vooraf voldoende kenbaar aan de leden zijn gemaakt aansprakelijkheid van de vereniging beperken of uitsluiten. Anders dan bij bepalingen in algemene voorwaarden kunnen dergelijke exoneratieclausules (bepalingen die aansprakelijkheid beperken of uitsluiten) in statuten en reglementen minder gemakkelijk door een rechter terzijde worden geschoven als nietig of onredelijk bezwarend of als in strijd met redelijkheid en billijkheid. Dit geldt uiteraard niet indien sprake is van opzet of grove schuld. In dergelijke gevallen is bijna altijd sprake van aansprakelijkheid die niet contractueel en ook niet verenigingsrechtelijk valt uit te sluiten.

Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel? Neem dan contact op met Wibe Reddingius door te bellen naar 010 – 411 41 46 of te mailen naar reddingius@langelaarklinkhamer.com.

Dit artikel verscheen eerder in het tijdschrift De Hippische Ondernemer

Gerelateerde blog posts

Wibe Reddingius
Wibe Reddingius

Wibe Reddingius is advocaat en partner bij Langelaar Klinkhamer Advocaten. Hij specialiseert zich op het gebied van het ondernemingsrecht, contractenrecht en (internationaal) handelsrecht. Daarnaast is Wibe specialist op het gebied van het hippisch recht en is hij als zodanig advocaat van bekende ruiters en amazones, fokkers, handelaren en hippische brancheorganisaties. Vragen naar aanleiding van deze blog post? Neem contact op met Wibe door te mailen naar reddingius@langelaarklinkhamer.com.

Nederlands