Verjaring van vorderingen gegrond op een rompbevrachtingsovereenkomst

In deze blog komt de verjaring van vorderingen gegrond op een rompbevrachtingsovereenkomst aan de orde.

Hoofdregel: verjaringstermijn van 1 jaar

Voor (rechts)vorderingen gegrond op een rompbevrachtingsovereenkomst geldt krachtens artikel 8:1730 lid 1 BW een verjaringstermijn van één jaar. Deze termijn is relatief kort vergeleken met de verjaringstermijn van vijf jaar die over het algemeen voor vorderingen uit hoofde van overeenkomsten geldt.

Omdat rompbevrachting eigenlijk een vervoerovereenkomst is die veel lijkt op tijdbevrachting, vangt de verjaringstermijn overeenkomstig artikel 8:1730 lid 2 BW jo. artikel 8:1717 lid 1 BW (meestal) de dag nadat de uitvoering van de rompbevrachtingsovereenkomst is geëindigd, aan (Kamerstukken II 1986/87, 19979, 3, p. 67).

Als een partij een vordering heeft op een andere partij op grond van de rompbevrachtingsovereenkomst, moet hij dus binnen één jaar nadat de uitvoering van de overeenkomst is geëindigd, terzake actie ondernemen. Als hij dat niet doet, is zijn vordering verjaard.

Uitzondering regresactie: nieuwe termijn van 3 maanden

Het kan evenwel voorkomen dat een partij er pas op een later moment achter komt dat hij een vordering heeft op zijn wederpartij, omdat hij door een derde partij is geconfronteerd met een vordering, en hij hetgeen hij in dat kader verschuldigd is, kan verhalen op zijn wederpartij. Een voorbeeld is de rompvervrachter die pas na het verstrijken van de termijn van één jaar wordt geconfronteerd met een accijnsheffing van de Douane op de vervoerde lading, welke hij wil doorberekenen aan de rompbevrachter. Voor die situatie  – waarin de ene partij dus een regresvordering heeft op de andere partij – geldt een uitzondering op de verjaringstermijn van één jaar: er begint dan een nieuwe termijn van drie maanden te lopen op grond van artikel 8:1730 lid 2 jo. artikel 8:1720 BW. Deze driemaandentermijn kent verschillende ingangsmomenten, die in de wet zijn opgesomd.

Stuiting

Het is ook steeds mogelijk om de verjaring te stuiten. Door stuiting begint er een nieuwe verjaringstermijn te lopen. Hierdoor heeft een partij langer de tijd om zijn vordering in te stellen bij de rechter.

Conclusie

Voor vorderingen uit een rompbevrachtingsovereenkomst geldt als uitgangspunt dat deze na verloop van één jaar na eindiging van deze overeenkomst verjaren. Het is echter niet zo dat partijen na afloop van deze periode niet meer in rechte door elkaar kunnen worden aangesproken in verband met vorderingen uit hoofde van de rompbevrachtingsovereenkomst. Voor regresvorderingen geldt immers dat er een nieuwe verjaringstermijn van drie maanden begint te lopen, die onder omstandigheden (geruime tijd) na afloop van dat ene jaar, een aanvang kan nemen.

Erik Klinkhamer
Erik Klinkhamer

Erik Klinkhamer is advocaat en partner bij Langelaar Klinkhamer Advocaten. Hij heeft jarenlange ervaring op het gebied van het binnenvaartrecht en zeerecht. Erik adviseert en begeleidt cliënten onder meer bij aanvaringen, aansprakelijkheidskwesties en maritieme contracten. Ook procedeert en arbitreert hij regelmatig op dit gebied. Vragen naar aanleiding van deze blog post? Neem contact op met Erik door te mailen naar klinkhamer@langelaarklinkhamer.com.