WIE IS EIGENAAR VAN PAARDENEICELLEN, -EMBRYO’S EN -SPERMA

Door: mr. Wibe Reddingius, advocaat ondernemings-, handels- en hippisch recht

In de moderne paardenfokkerij vindt nauwelijks nog voortplanting plaats op natuurlijke wijze. Tegenwoordig bereiken zaadcellen van paarden de eicel door middel van inseminatie, maar ook embryotransplantatie komt steeds vaker voor.

Wat gebeurt er met de eigendom van een embryo als het wordt getransplanteerd of wordt verhandeld? Hieronder ga ik in op de vraag wie eigenaar is van sperma, eicellen en embryo’s van paarden.

Voor dieren bestaan geen specifieke wettelijke regels over de juridische status van zaadcellen, eicellen en embryo’s. De wettelijke regels voor roerende zaken zijn ook op dieren van toepassing. Om te benadrukken dat een dier moet worden onderscheiden van een levenloos object waarmee de eigenaar alles kan doen wat hij wil, is in de wet overigens wel opgenomen dat dieren geen roerende zaken zijn. Toch zijn de regels voor roerende zaken wel op dieren en dus ook op paarden van toepassing.

BELANG VAN EIGENDOM

Zoals bij alle zaken is het ook bij paarden van belang om te weten wie de eigenaar is, omdat de eigenaar mag beslissen wat hij met zijn paard doet. De eigenaar is bevoegd het paard te verkopen of te verhuren. Ook heeft de eigenaar recht op de zogenaamde ‘natuurlijke vruchten’ van het paard, zoals de melk, het afgescheiden sperma en de nakomelingen. Door moderne technieken is het niet altijd eenvoudig om vast te stellen wie recht heeft op de ‘natuurlijke vruchten’ van een paard. Hierbij moet onderscheid worden gemaakt tussen een recht op eigendom en een recht op basis van een contract. Eigendom kan op verschillende manieren worden verkregen. Eén van die manieren is door eigendomsoverdracht via een koopovereenkomst. Er bestaan ook andere manieren van eigendomsverkrijging, die niets te maken hebben met een (koop)overeenkomst. Op twee van die manieren – ‘natrekking’ en ‘zaaksvorming’ – ga ik hieronder nader in.

JURIDISCHE STATUS DIERLIJK SPERMA

Op het moment dat een hengst sperma afscheidt, ontstaat een zelfstandige zaak. Dit sperma is een ‘natuurlijke vrucht’ van de hengst. De eigenaar van de hengst wordt daarmee ook eigenaar van het sperma. Deze eigenaar kan het sperma vervolgens aan iedereen in eigendom overdragen, bijvoorbeeld aan een fokker. Vanzelfsprekend is na de eigendomsoverdracht de fokker eigenaar.

Wanneer een merrie vervolgens wordt geïnsemineerd, worden de zaadcellen als het ware onderdeel van die merrie. Hierbij is relevant dat de zaadcellen niet zonder meer verwijderd kunnen worden uit de merrie. Ze worden een zogenaamd bestanddeel van haar, vanwege de hechte verbondenheid tussen de merrie en de zaadcel. De zaadcel bevindt zich immers in haar. Omdat de eigenaar van de merrie eigenaar is van al haar bestanddelen, wordt hij automatisch eigenaar van de zaadcellen. Dit wordt ‘natrekking’ genoemd. Als gebruik wordt gemaakt van zaadcellen die eigendom zijn van een ander dan de eigenaar van de merrie, vervalt het eigendom van de zaadcellen aan de eigenaar van de merrie. De (dan) voormalig eigenaar van de zaadcellen kan bijvoorbeeld dus wel vorderen dat hij wordt betaald voor de zaadcellen, maar hij is zijn eigendom – en dus ook een eventueel eigendomsvoorbehoud – kwijt. Hij kan het sperma niet terugvorderen.

JURIDISCHE STATUS VAN EICELLEN

In tegenstelling tot  sperma scheiden levende merries niet op natuurlijke wijze eicellen af. Om eicellen te vergaren is een follikelpunctie vereist. Na een geslaagde follikelpunctie zijn ook de eicellen een zelfstandige zaak geworden. Net als bij het sperma, wordt de eigenaar van de merrie ook eigenaar van de eicellen. Deze kan dus doen met de eicellen wat hij wil.

JURIDISCHE STATUS VAN EMBRYO’S

Na de bevruchting, die plaatsvindt in de eileider, verplaatst de bevruchte eicel zich naar de baarmoeder. Hier vindt de innesteling plaats.  Er is sprake van een embryo. Het ingenestelde embryo is hecht verbonden aan zijn moeder. Hiermee is het een bestanddeel geworden van de merrie en is de eigenaar van de merrie ook eigenaar van het embryo.

Bij embryotransplantatie wordt de baarmoeder gespoeld, waardoor het embryo uit de merrie kan worden genomen. Dit embryo is aan te merken als ‘natuurlijke vrucht’ van de merrie en dus als eigendom van de eigenaar van de merrie. Als het embryo vervolgens wordt geplaatst in een andere merrie, de ontvangstmerrie, wordt het embryo bestanddeel van de ontvangstmerrie en dus eigendom van de eigenaar van de ontvangstmerrie. Is de eigenaar van de merrie waaruit het embryo wordt gespoeld een ander dan de eigenaar van de ontvangstmerrie, dan raakt de eigenaar van de eerste merrie zijn eigendom over het embryo kwijt op het moment dat het embryo wordt ingebracht in de ontvangstmerrie.

IN-VITRO FERTILISATIE EN GENTECHNOLOGIE

Bij in-vitrofertilisatie wordt door middel van een punctie bij de merrie een eicel uit de eierstok gehaald. Aan die eicel worden buiten de merrie bevruchtingsgeschikte zaadcellen toegevoegd. Wie is nu eigenaar van het ontstane embryo als de bevruchting is geslaagd? Hierover bestaat discussie.

Je zou kunnen zeggen dat de zaadcellen bestanddeel zijn van de eicel, omdat de zaadcellen hecht verbonden zijn aan de eicel. De eigenaar van de eicel is dan ook eigenaar van de zaadcellen. Een andere opvatting is dat sprake is van ‘zaaksvorming’. Als de eicel en zaadcel samen worden gevoegd, ontstaat uiteindelijk een compleet andere nieuwe zaak.  Ivf is een ingewikkeld proces. Degene die de ivf-behandeling uitvoert, steekt daar veel arbeid, energie en kennis in zodat ook gezegd kan worden dat hij de nieuwe zaak heeft gevormd. Ditzelfde geldt voor het genetisch gemanipuleerde embryo, waarbij het DNA-materiaal in de bevruchte eicel wordt gespoten. Wie eigenaar is van het ontstane embryo is afhankelijk van het antwoord op de vraag of degene die de ivf-behandeling of gentechnologie heeft uitgevoerd, het embryo voor zichzelf of voor een ander heeft gevormd. In de praktijk zal dat meestal voor een ander zijn.

Als de uitvoerder van de ivf-behandeling of gentechnologie de opdracht heeft gekregen om de behandeling te verrichten, dan wordt de opdrachtgever eigenaar van het embryo. Ook als de eicel en zaadcellen niet van de opdrachtgever zijn, wordt hij toch eigenaar. De eigenaar van de eicel en de zaadcellen verliest dus de eigendom van deze cellen. Als sprake is van een overeenkomst, heeft de eigenaar mogelijk wel recht op betaling van de cellen, maar de eigendom gaat verloren. Gaat de opdrachtgever voor de ivf-behandeling of gentechnologie  bijvoorbeeld failliet, dan kan de eigenaar van de eicel en van de zaadcellen fluiten naar zijn geld. Was hij nog wel eigenaar gebleven, dan kon hij in ieder geval de eicel en zaadcellen nog terugkrijgen. Vormt de uitvoerder van de ivf-behandeling of gentechnologie het embryo voor zichzelf, dan wordt hij in beginsel zelf eigenaar van het embryo, tenzij de kosten en inspanningen van het vormen zo laag zijn dat dit de automatische eigendomsoverdracht niet rechtvaardigt. Bij een succesvolle bevruchting tenslotte wordt het embryo (terug)geplaatst in een merrie. Het wordt dan bestanddeel van de merrie en dus eigendom van de eigenaar van de merrie.

EIGENDOM

Eigendomsrechten van sperma, eicellen en embryo’s zijn een veel lastiger materie dan menig hengstenhouder en fokker zich realiseert.  Het is van belang om van tevoren de eigendom en de eigendomsverhoudingen en de bedoelingen van alle betrokkenen zeker te stellen en vast te leggen. Leg vooral ook schriftelijk vast wie welke vergoeding voor wat aan wie dient te betalen. Vergeet ook niet afspraken te maken over wat er dient te gebeuren als een behandeling niet tot het gewenste resultaat leidt.  Daarmee kan worden voorkomen dat eigendom ongewild verloren gaat en niets of slechts een (geld)vordering overblijft, waarvan het vaak maar zeer de vraag is of die ooit wordt betaald. Ik help u graag bij het zeker stellen van uw eigendom en het vastleggen van uw rechten.

Bel mij op +31622565961 of mail naar reddingius@langelaarklinkhamer.com.

Comments
Wibe Reddingius
Wibe Reddingius

Wibe Reddingius is advocaat en partner bij Langelaar Klinkhamer Advocaten. Hij specialiseert zich op het gebied van het ondernemingsrecht, contractenrecht en (internationaal) handelsrecht. Daarnaast is Wibe specialist op het gebied van het hippisch recht en is hij als zodanig advocaat van bekende ruiters en amazones, fokkers, handelaren en hippische brancheorganisaties. Vragen naar aanleiding van deze blog post? Neem contact op met Wibe door te mailen naar reddingius@langelaarklinkhamer.com.